Plaagpark

Plaagpark is een 80 pagina’s tellende underground graphic novel uit 1992-1995, oorspronkelijk Bindoesara geheten maar door uitgeverij Xtra uitgegeven onder de naam Plaagpark. Het is het verhaal van twee tegenpolen: Neo-hippie Simon en de antropologie studente Kithara. 

De eerste helft van het verhaal bestaat uit twee separate verhaallijnen, die van Simon en die van Kithara. Beide vertellingen hebben schijnbaar niets met elkaar te maken, totdat ze elkaar tegenkomen. 

Net als met de film die ik in dezelfde periode maakte, Abraham’s chocoladetaartje (1992), experimenteerde ik met Plaagpark met een vorm van regie die was geïnspireerd op het werk van de filmmaker Michelangelo Antonioni: Lang uitgesponnen scènes waarin schijnbaar niets gebeurt. Er lijkt geen verhaal verteld te worden, maar niets is minder waar.

De tekenstijl is erg druk en de belevenissen van Simon en Kithara volgen elkaar in rap tempo op. Toch is er geen enkele duidelijke verhaallijn te bespeuren in de hele eerste helft van het verhaal, wat bewust is gedaan. Net als in Abraham’s chocoladetaartje experimenteerde ik door absurde grappen (een kermiscarrousel dat op hol slaat) snel af te wisselen met loodzware onderwerpen (de mooie Kithara wiens gezicht verminkt raakt), met de bedoeling de lezer op het verkeerde been te zetten. Hiermee brak ik definitief met mijn rechttoe-rechtaan striptekenstijl van de jaren 80 en sloeg ik een meer experimentele, artistieke richting in; Meer geïnspireerd door arthouse films en literatuur dan door stripverhalen. Met mijn volgende graphic novel Magnum Opus zou dit nog veel verder worden doorgevoerd.

Als Simon en Kithara elkaar ontmoeten volgt de nogal in mystieke sferen gehulde tweede helft. Hierin zullen alle losse onderdelen van de eerste helft langzaam hun vaste plek in het verhaal vinden. Het grootste gedeelte van de tweede helft speelt zich af in India, in het zogenaamde “plaagpark”, een pretpark dat in de 3de eeuw voor Christus werd aangelegd door de Indiase heerser Asjoka, met allerlei ogenschijnlijk aardige attracties. Hij lokte zijn vijanden het park in en liet ze bij iedere attractie in de val lopen zodat ze de meest gruwelijke kwellingen moesten ondergaan. Dit is gebaseerd op een werkelijk bestaande, 2000-jaar oude Indiase legende.

In het verhaal zijn het niet de vijanden van Asjoka maar is het Simon die de reeks kwellingen moet ondergaan. Zo heeft het plaagpark van Asjoka veel weg van het “magisch theater” uit Hermann Hesse’s surrealistische cultroman De steppewolf (1927) en dat is geen toeval want Plaagpark is sterk door Hesse’s werk beïnvloed. Ik wilde een soortgelijk surrealistisch liefdesverhaal maken, al lijken de verhalen van De steppewolf en Plaagpark totaal niet op elkaar. Maar vergelijkingen zijn er wel te maken, zoals de tegengestelde personages Simon en Kithara doen denken aan de tegenpolen Harry Haller en Hermine. Ook lijden de hoofdpersonages in beide verhalen aan hallucinaties en schizofrenie (Simon die telkens een kopie van zichzelf tegenkomt).

Onderga de kwellingen! Durf te lijden!

Afbeelding rechts: Dit plaatje van “de man met de twee verschillende halve gezichten”, een Joker, komt twee maal voor in het verhaal. Dit plaatje kondigt naderend onheil aan, eerst voor Kithara, en in de tweede helft van het verhaal, voor Simon. Het is eigenlijk een verkapt yin en yang-symbool en staat voor de eenheid tussen Simon en Kithara. In het tweede plaatje zijn de zwart-wit helften van zijn gezicht precies omgedraaid.

Wees niet wie je bent!

Plaagpark is vooral een verhaal over identiteit en de zoektocht daarnaar. Het boek opent met de woorden “wees niet wie je bent”, een zin die herhaaldelijk terugkomt in het plaagpark. De mystieke figuur Bindoesara wil dat Simon en Kithara verliefd worden, maar daarvoor moet Simon een hoge prijs betalen, namelijk door zijn identiteit in te leveren. In op ‘bad trips’-gelijkende hallucinaties moet hij afschuwelijke folteringen doorstaan om uiteindelijk daar te komen waar Bindoesara hem hebben wil: Kithara verlossen van haar probleem, en dat lukt, al kost het hem bijna zijn leven. Het hoe en het waarom blijven tot op de laatste pagina in nevelen gehuld.

Simon in de slaapkamer van Van Gogh…

Afbeelding links: Als Simon vlucht uit het gesticht zien we even zijn slaapkamer. Dit is natuurlijk de slaapkamer van Vincent van Gogh, een grap die verwijst naar Van Gogh’s verblijf in het gesticht.

Recensie De Boekensalon:

“In deze satirische in Amsterdam spelende strip spelen twee (neo-)hippies, Simon en Marius, de hoofdrol. Hoewel nietsdoen hun beroep is, wordt de lezer in vier hoofdstukken meegenomen in hun psychedelische avonturen aan de rand van een maatschappij die vijandig tegenover hen staat.
De enige troost wordt gevonden bij de antropologiestudente Kithara en het bruine café van oud-marinier admiraal Snorring. De plaatjes zijn erg klein en in zwart-wit, hetgeen een erg onduidelijke bladspiegel oplevert. En dat is jammer, want de tekenstijl is van goede kwaliteit. Achterin staat nog een biografische schets van de auteur waaruit blijkt dat deze strip veel autobiografische elementen bevat.
Cultstrip die doet denken aan het werk van Crumb en andere undergroundstrips uit de jaren zestig. Uitgave in A5-formaat.”

Share:
Copyright Paul Schenk 2019 - Music protected by Buma/Stemra